Of in het Nederlands: je denkklas (opnieuw) opbouwen
Het nieuwe schooljaar is weer (bijna) begonnen, je krijgt nieuwe klassen en misschien ook wel enkele klassen die je vorig jaar ook al had. In beide gevallen zul je weer hard moeten werken aan het transformeren van je klas naar een denkklas. Ik hoor Peter Liljedahl weer zeggen “It’s building thinking classrooms. Not shazam, here’s a thinking classroom”. En de sleutel om je klassen te transformeren tot een denkklas is het doorbreken van de normen die ze kennen vanuit meer traditionele manieren van les krijgen of in ieder geval wil je jouw BTC-normen aanbieden aan de leerlingen. Dit doe je door hier expliciet aan te werken.
Als je je leerlingen wilt leren hoe werken in een denkklas eruitziet én je wilt ze nieuwe reken- en wiskundestof leren tegelijk, gaat het één zeker ten koste van het ander, dus je begint met drie tot vijf lessen waarin je niet aan het curriculum werkt. Zelf kies ik altijd voor een week en dat zijn bij mij drie lessen.
Maar wat zijn de routines die je in deze lessen aan bod wilt laten komen en welke opdrachten gebruik je hiervoor? Dat laatste is natuurlijk afhankelijk van welke leerlingen je voor je neus hebt, maar het eerste is in alle klassen hetzelfde.
Sommige dingen doe je al voordat de les is beginnen. Dit is de zogenaamde pre-launch.
- Je richt je lokaal in met zitplekken voor groepjes voor 3 kinderen, die willekeurig gericht zijn en dus niet gericht op het centrale punt vooraan in het lokaal.
- Je prepareert een deck kaarten met drie azen, drie tweeën, enz.
- Je prepareert per drietal leerlingen een werkplek. Deze bestaat uit een whiteboard (of een ander niet-permanent verticaal oppervlak (NPVO)), één stift en een bordenwisser o.i.d. en de plek is gemarkeerd met een nummer/symbool (A, 2, 3, …), zodat duidelijk is welk groepje waar moet werken.
Als de leerlingen binnen zijn gekomen worden de routine toegelicht die leerlingen in elke les weer tegen zullen komen.
- Op het moment dat je de les wilt starten, vraag je de leerlingen bij je te komen staan in het midden van het lokaal (of bij een whiteboard, als dat nodig is voor de opdracht).
- Je legt uit hoe de groepjes gemaakt worden, zonder dat nu ook onmiddellijk te doen.
- Je vertelt de leerlingen dat ze zodra ze met het groepje bij het bord samen zijn gekomen, elkaars namen op het bord moeten schrijven en dat ze antwoord moeten geven op de vraag van de dag.
- Je vertelt leerlingen wat je doet, op het moment dat je hun aandacht wilt hebben. Welke routine je hiervoor gebruikt, kun je zelf kiezen.
- Je vertelt leerlingen hoe de single-indicator-rubric (de pijl bovenaan het bord, waarmee je het samenwerken evalueert) werkt.
En dan ben je klaar voor het introduceren van de eerste opdracht. Ik zou hierbij kiezen voor een divergente opdracht, waarbij je nog geen banner nodig hebt. Dit is namelijk een stuk eenvoudiger te organiseren.
Je bent nu klaar voor de launch (opstart) van je eerste BTC-les met deze klas. De practices (strategieën) uit toolkit 1 worden nu ingezet.
- Je gebruikt een echte denkopdracht (opdrachten die ik hiervoor geweldig vind, zijn de tax collector, split 25, 3D tic tac toe, maar er zijn veel meer opties).
- Je maakt zichtbaar willekeurige groepen (met de kaarten).
- Je stuurt de leerlingen naar hun NPVO’s.
Gedurende het verloop van de les ben je waarschijnlijk ook al elementen uit toolkit 2 aan het toepassen. Als je toolkit 2 volledig wilt toepassen, moet je de volgende zaken gedaan hebben.
- Je hebt de opdracht mondeling geïntroduceerd in het midden van het lokaal, tenzij je een whiteboard nodig hebt bij de intro).
- Je hebt je lokaal ingericht zoals eerder beschreven, namelijk met groepjes van 3 die niet allemaal gericht zijn op de voorkant van het lokaal (defronting the classroom).
- Je beantwoordt alleen keep-thinking-questions.
En een heel belangrijke strategie, die van toolkit 2 en 4 naar toolkit 1 is verplaatst, is het werken aan een goede samenwerking binnen de groepjes en je klas als geheel. Dit doe je dus vanaf de eerste les. Zonder goede samenwerking in je klas kun je veel weerstand verwachten tegen het werken in willekeurig samengestelde groepen. Hiertoe kun je de single-indicator-rubric (de pijl) inzetten om met de leerlingen te werken aan de transitie van om-de-beurt-werken naar echt-samenwerken.
Als je zelf al vertrouwd bent met BTC, kun je al afsluiten met check-your-understanding-questions, aantekeningen of een vorm van consolidatie (zoals een guided-gallery-walk bij een divergente opdracht). Als je hier zelf nog niet aan toe bent, kun je dat eventueel ook nog in deze eerste week achterwege laten en dit toevoegen tijdens de tweede of derde week.
Ik zou zelf in de tweede les een convergente opdracht kiezen, zoals The Answers Are. Op die manier kun je de banner invoeren. Verder zou ik de eerste week vullen met allerlei verschillende manieren van inzetten van de pijl en het herhalen, herhalen, herhalen van de routines, zodat je in de tweede weer met curriculum kunt beginnen en de routines al getraind zijn.
Veel plezier met het bouwen van je eigen denkklas.
Wil je ook horen wat Peter hierover te zeggen heeft, kijk dan deze video